Inloggen
Login met InkopersCafé account Account aanmaken

Premium logo's

Premium logo's

Premium partners

Sidebar premium

Sidebar premium

Gold partners

Sidebar gold

Sidebar gold

Silver partners

Sidebar silver

Sidebar silver
03
06
19
Redactie
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Door Redactie
Dossier: PMI
Soort:

Ondernemers minder positief – NEVI PMI® mei 52.2

Ondernemers minder positief – NEVI PMI® mei 52.2

Zoetermeer, 3 juni 2019 – De NEVI PMI® in mei was 52.2, slechts minimaal hoger dan het cijfer van april en ondanks een grotere stijging van het aantal ontvangen nieuwe orders. De verwachtingen van de producenten voor de toekomstige productieomvang waren in mei duidelijk minder positief en de betreffende index daalde naar het laagste niveau in negenenzestig maanden.

In mei was de groei van de productie opnieuw aanzienlijk. De toename van de nieuwe orders, hoewel de grootste in vier maanden, bleef hierbij achter. Daardoor namen de achterstanden fors af en bereikte de voorraad gereed product bijna een recordniveau.
De voorraad ingekochte materialen nam af en de levertijden namen wel meer toe dan in april, maar minder dan alle andere maanden sinds augustus 2013.
Hoewel de werkgelegenheid wederom toenam, was deze groei de op een na laagste in bijna drie jaar.
De inkoopprijsinflatie was het laagst in tweeëndertig maanden, wat vervolgens bijdroeg aan de kleinste stijging van de verkoopprijzen in tweeënhalf jaar.

Redactioneel commentaar prof dr. Bart Vos, NEVI hoogleraar Inkoopmanagement aan de Universiteit van Tilburg

Een voorzichtig positief signaal is mogelijk de beste kwalificatie: de NEVI PMI is heel licht gestegen, van 52.0 in april naar 52.2 in mei. De glijvlucht naar beneden is dus (voorlopig) gestopt, maar het is nog te vroeg om van een trendbreuk te spreken. Deze score is immers nog steeds onder het lange termijn gemiddelde van 52.7.

Verder blijkt bij een nadere analyse van de cijfers dat producenten niet bepaald optimistisch zijn over de toekomst. De Toekomstige Productie index daalde naar het laagste niveau sinds 2013. Slechts 36% van de bedrijven blijkt volgens de laatste PMI cijfers uit te gaan van een stijgende productie in het komende jaar. En dat terwijl het aantal ontvangen nieuwe orders de afgelopen maanden een stijgende lijn laat zien, maar nog steeds wel onder het groeitempo van 2017 en 2018.

De minder rooskleurige toekomstverwachting heeft alles te maken met zorgen over het lagere groeitempo in zowel de Eurozone als in de rest van de wereld. Die zorgen vallen in het licht van recente mondiale ontwikkelingen ook wel te begrijpen.

Er is een groeiende bezorgdheid over een verdere escalatie van het handelsconflict tussen de VS en China. Over en weer worden importheffingen opgelegd, het gaat daarbij om honderden miljarden dollars aan goederen. De Nederlandse minister van buitenlandse handel, Sigrid Kaag, stelde recent dat dit soort tarieven contraproductief zijn voor een klimaat van vrije (wereld)handel. En dan komt Trump dus met ingang van 10 juni a.s. met een zogenaamde ‘migrantenheffing’ van 5% op alle Mexicaanse producten. De Amerikaanse president heeft aangekondigd dat dit percentage op kan lopen tot 25% in oktober als Mexico niets doet aan de migrantenstroom richting de VS. Voor Nederlandse bedrijven is dit vermoedelijk ‘ver van hun bed’, maar wereldwijd is geschokt gereageerd. Deze heffing heeft immer niets met handel te maken.

Dan is er dichter bij huis natuurlijk nog de Brexit soap. De Britse premier Theresa May heeft dan wel haar vertrek aangekondigd, maar daarmee is er bepaald nog geen duidelijkheid over de concrete invulling van een Brexit. Naar verwachting zal een no-deal oplossing forse schade betekenen voor de Britse economie en dat is ook slecht nieuws voor het Nederlandse bedrijfsleven. Het Verenigd Koninkrijk is immers na Duitsland, economisch ook al niet in heel goede doen, onze grootste exportpartner.

Het is dus zeker nog te vroeg om te juichen na de lichte stijging van de NEVI PMI in mei. Eén zwaluw maakt immers nog geen zomer, maar het is na een lange periode van daling toch in ieder geval een bemoedigend signaal.

Drie deelindices uitgelicht:

NIEUWE ORDERS INDEX

De stijging van het aantal nieuwe orders dat in mei door de Nederlandse producenten werd genoteerd, was de grootste in vier maanden. Hiermee komt de huidige periode van groei op negenendertig maanden.
Het totale aantal nieuwe orders werd gestimuleerd door een herstel van de groei in de subsector halffabricaten.
De toename was echter flink kleiner dan de tendensen van zowel 2017 als 2018 en bleef onder het onderzoeksgemiddelde op lange termijn.

VOORRAAD GEREED PRODUCT INDEX

De voorraad gereed product steeg bij de Nederlandse productiebedrijven in mei voor de zevende keer in acht maanden. Sommige bedrijven maakten melding van het wegwerken van achterstanden en voorraadopbouw met behulp van de onbenutte capaciteit.
De toename van de voorraad in deze onderzoeksperiode was de grootste sinds maart 2017 en lag slechts licht onder de recordniveaus van maart 2008 en februari 2016.

TOEKOMSTIGE PRODUCTIE INDEX

De Toekomstige productie index bleef in mei boven de 50.0, wat wijst op optimisme bij de Nederlandse producenten over de toename van de productie in de komende twaalf maanden. De index was echter wel de laagste sinds 2013, wat erop wijst dat de verwachtingen minder positief waren. Er zijn aanwijzingen dat deze minder positieve stemming het gevolg was van de zwakkere groei in 2019 in zowel de eurozone als de rest van de wereld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.